AZ Sint-Jan Brugge rondt de kaap van 50 implantaties tegen slaapapneu: “Doorbraak voor veel patiënten”

Het AZ Sint-Jan Brugge heeft een belangrijke mijlpaal bereikt: de 50e implantatie van een implantaat dat helpt tegen obstructief slaapapneu en snurken. Die kaap onderstreept niet alleen de opgebouwde expertise van het ziekenhuis, maar toont ook een duidelijke trend: steeds meer patiënten en artsen zoeken alternatieven voor klassieke behandelingen zoals het CPAP-masker, een beugel tegen de slaapapneu (MRA) of andere chirurgische technieken. “Voor veel patiënten betekent deze behandeling een echte doorbraak. We zien dat hun levenskwaliteit sterk verbetert.”
Grote, vaak verborgen gezondheidsproblematiek
Slaapapneu is een onderschat probleem. Naar schatting lijdt 5 tot 10 % van de bevolking eraan. In België gaat het mogelijk om ongeveer 1 miljoen mensen. Toch weet slechts een minderheid dat ze de aandoening heeft.
De gevolgen zijn nochtans groot: chronische vermoeidheid, concentratieproblemen, nachtelijk wakker worden en luid snurken. Ook de impact op het dagelijks leven en op partners is aanzienlijk.
“Bij veel patiënten blijven de klachten lang aanslepen zonder duidelijke oplossing,” zegt dr. Frederick Dochy van de dienst Neus-, keel- en oorziekten. “Daarom is het belangrijk dat er meerdere behandelingsmogelijkheden bestaan.”
NKO-arts Tom Vauterin: “De groei van ons programma toont dat er een duidelijke nood is aan andere oplossingen. We zien een toenemend aantal verwijzingen van huisartsen, specialisten en slaapcentra uit de wijde regio rond ons ziekenhuis.”
Alternatief voor patiënten die klassieke therapie niet verdragen
Sinds de jaren ’90 vond therapie met een CPAP – een masker waar onder druk lucht wordt geblazen richting de longen - plaats in België voor patiënten met slaapapneu. Tot de jaren 2010 werd dit vaak als enige mogelijkheid geschetst. Sindsdien zijn operaties in het NKO-gebied alsook een beugel voor slaapapneu wijdverspreide opties geworden. Voor een grote groep patiënten werkt dat goed, maar lang niet iedereen kan ermee slapen of houdt de behandeling vol. Ook een mondbeugel (MRA) is niet voor iedereen geschikt.
“De groei van ons programma toont dat er een duidelijke nood is aan andere oplossingen,” klinkt het bij NKO-arts Tom Vauterin. “We zien een toenemend aantal verwijzingen van huisartsen, specialisten en slaapcentra uit de wijde regio rond ons ziekenhuis.” Het AZ Sint-Jan Brugge behandelt patiënten uit een brede regio, vooral uit West- en Oost-Vlaanderen en Henegouwen.
Vandaag komen naar schatting jaarlijks meer dan 200 patiënten in België in aanmerking voor deze vorm van behandeling met het implantaat.

50 ingrepen: bevestiging van opgebouwde expertise
Met 50 uitgevoerde implantaties heeft het AZ Sint-Jan zich ontwikkeld tot een ervaren centrum in Vlaanderen. Het Neus-, keel- en oorteam bouwde de voorbije jaren veel kennis op met goede connecties op nationaal niveau (o.a. het UZ Antwerpen). Op internationaal niveau is het centrum vertegenwoordigd op congressen over slaapchirurgie.
Die ervaring gaat verder dan de ingreep alleen. Het team begeleidt patiënten via een uitgebreid traject: van selectie en voorbereiding tot implantatie en langdurige opvolging.
Dr. Frederick Dochy stelt: “We hebben geleerd om heel precies te bepalen welke patiënten het meeste baat hebben. Dat zorgt voor betere resultaten en een meer persoonlijke aanpak.”
Dr. Frederick Dochy: “We hebben geleerd om heel precies te bepalen welke patiënten het meeste baat hebben. Dat zorgt voor betere resultaten en een meer persoonlijke aanpak.”
Brede samenwerking tussen specialismen
De behandeling is sterk multidisciplinair. Verschillende specialisten werken samen om de patiënt optimaal te begeleiden. Het gaat onder meer om neus-, keel- en oorartsen, longartsen, neurologen, kaakchirurgen, anesthesisten, psychologen, diëtisten en het team van het Slaaplabo.
“Die samenwerking is cruciaal, zowel voor een correcte diagnose als voor de veiligheid van de ingreep en de opvolging achteraf”, vertelt dr. Tom Vauterin. “Het is echt teamwork. Alleen zo kunnen we patiënten de best mogelijke zorg geven.”
Grote impact op levenskwaliteit
De behandeling zelf verschilt sterk van klassieke therapieën. In plaats van een extern toestel met een masker (CPAP), een beugel die de patiënt elke nacht moet insteken of operaties die de keelholte aanpassen, wordt een klein implantaat geplaatst dat de tongzenuw stimuleert tijdens de slaap.
Daardoor blijft de luchtweg open en kan de patiënt normaal blijven ademen. Het toestel werkt automatisch en is verborgen in het lichaam.
Voor patiënten betekent dit vaak een groot verschil in comfort. Ze kunnen slapen zonder masker en ervaren minder hinder in hun dagelijkse leven.
“Veel mensen geven aan dat ze opnieuw energie hebben, beter presteren op het werk en actiever zijn in hun gezin en vrije tijd. Ook partners merken een duidelijk verschil, vooral doordat snurken en ademstops sterk verminderen”, zegt dr. Frederick Dochy.
“Voor veel patiënten betekent deze behandeling een echte doorbraak. We zien dat hun levenskwaliteit sterk verbetert, én we hun lange termijnrisico’s op bijvoorbeeld hartinfarct, herseninfarct, suikerziekte, depressie en verkeersongevallen gerelateerd aan slaapapneu, sterk kunnen inperken.”

Strenge selectie, sterke resultaten
Niet iedereen komt in aanmerking voor de behandeling. Patiënten moeten voldoen aan strikte criteria en doorlopen een uitgebreid evaluatietraject. Ook voordien keurt een expertenpanel per patiënt de therapie goed en geeft de overheid financiële goedkeuring.
Die zorgvuldige aanpak werpt zijn vruchten af. Bij de meeste patiënten is er een duidelijke daling van het aantal ademstops en een betere slaapkwaliteit. Ze voelen zich overdag minder moe en functioneren beter.
Opvallend is dat in AZ Sint-Jan nog geen enkele patiënt is gestopt met de therapie of het implantaat heeft moeten laten verwijderen. Dit toont aan dat sterke patiëntenselectie bij de start essentieel is en kwaliteitsvol gebeurt.
Bij ongeveer 70% van de patiënten is het toestel vanaf de eerste instelling doeltreffend. Voor de overige patiënten verfijnen we de instellingen stap voor stap, tot het toestel optimaal werkt.
Blijven inzetten op innovatieve zorg
Met deze mijlpaal wil AZ Sint-Jan blijven inzetten op innovatieve en wetenschappelijk onderbouwde behandelingen.
“Ons doel is om patiënten toegang te geven tot zorg die echt een verschil maakt,” besluit dr. Tom Vauterin. “De kaap van 50 implantaties met vertrouwen van het team binnen het ziekenhuis alsook externe verwijzingen is voor ons een bevestiging dat we op de juiste weg zitten.”
Over het AZ Sint-Jan Brugge AV
Het AZ Sint-Jan Brugge AV is een (zieken)huis waar élke zorgbehoevende terechtkan voor basiszorg en gespecialiseerde zorg. Het is een autonome verzorgingsinstelling waar 260 artsen en 3.500 andere medewerkers zich inzetten voor innovatieve referentiezorg voor iedereen. De twee campussen (Sint-Jan en SFX) vormen samen het op een na grootste ziekenhuis van West-Vlaanderen.
Als open ziekenhuis, waar élke zorgbehoevende welkom is - los van sociale achtergrond, geloofsovertuiging of financiële draagkracht - hanteert het AZ Sint-Jan Brugge AV bewust alleen conventietarieven.
In een geest van vernieuwing streeft het voortdurend naar toonaangevende topzorg in een aantal medische domeinen. AZ Sint-Jan Brugge AV is een referentie in de regio en voor bepaalde expertises zelfs tot ver buiten de regio.
Het AZ Sint-Jan Brugge AV bundelt intern én extern krachten om de meest kwalitatieve zorg aan te bieden. Intern vertaalt zich dat in een grote multidisciplinariteit en doorgedreven synergie tussen verschillende diensten, medewerkers en artsen. Extern heeft AZ Sint-Jan Brugge AV bijna 150 samenwerkingsverbanden lopen, een cijfer waarmee het koploper is in West-Vlaanderen.
Dienst Communicatie




